ECLI:NL:PHR:2006:AY9744

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00350/06 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 WAMArt. 467 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening veroordeling wegens ontbreken geldige motorrijtuigverzekering

De politierechter te Almelo heeft verdachte op 8 juli 2004 veroordeeld voor het rijden zonder geldige motorrijtuigverzekering, met een geldboete van €300. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld. Later is namens verdachte een herzieningsaanvraag ingediend op grond van een verklaring ex artikel 34 WAM Pro, waaruit blijkt dat het voertuig op de datum van de overtreding wel verzekerd was.

Deze nieuwe verzekeringverklaring, die na het oorspronkelijke vonnis is afgegeven, leidt tot het ernstige vermoeden dat de politierechter bij kennis hiervan tot vrijspraak zou zijn gekomen. De Hoge Raad constateert dat de oorspronkelijke veroordeling niet in stand kan blijven gezien het nieuwe bewijs.

Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt indien nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling naar het gerechtshof te Arnhem. Dit betekent dat de zaak opnieuw inhoudelijk zal worden beoordeeld op basis van de nieuwe feiten en bewijsstukken.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor nieuwe behandeling.

Conclusie

Nr. 00350/06/H
Mr Machielse
Zitting 22 augustus 2006
Conclusie inzake:
[verdachte=aanvrager]
1. De politierechter te Almelo heeft verdachte bij vonnis op tegenspraak op 8 juli 2004 gewezen onder meer voor feit 4, het als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in standgehouden, veroordeeld tot een geldboete van € 300,00. Tegen dat vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.
2. Mr L.J. Speijdel, advocaat te Enschede, heeft een aanvraag tot herziening van dat vonnis ingediend voor zover het de veroordeling voor feit 4 betreft. De aanvraag berust op de stelling dat de auto met het kenteken [...] op 21 november 2003 wel verzekerd was. Als bewijsmiddel is bijgevoegd een geschrift, houdende een verklaring ex artikel 34 WAM Pro met als inhoud dat op 21 november 2003 voor het motorrijtuig voorzien van kenteken [...] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed. Het geschrift meldt de naam van de verzekeraar en het polisnummer.
3. Het gegeven dat het vonnis indertijd op tegenspraak is gewezen ontlokt mij de verzuchting dat een zorgvuldige voorbereiding van de verdediging een herzieningsaanvraag overbodig had kunnen maken. Maar het is nu eenmaal niet anders.
4. Het bestaan van een artikel-34-WAMverklaring over de verzekering van de auto op 21 november 2003 is in verband met de vroegere geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar. Als de politierechter had geweten dat zo een verklaring kon worden afgegeven zou een veroordeling niet in de rede hebben gelegen, zodat het ernstige vermoeden bestaat dat zodanige wetenschap de politierechter tot een vrijspraak voor dit feit zou hebben gevoerd.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de politierechter in de rechtbank te Almelo van 8 juli 2004 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem, omdat de zaak op de voet van artikel 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden