ECLI:NL:PHR:2006:AZ0278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende bewijs poging tot doodslag
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en elf maanden wegens poging tot doodslag op 4 november 2002. Het hof baseerde zijn oordeel mede op de verklaring van verdachte dat hij omstreeks 03:00 uur met zijn vriendin was gaan slapen, welke het hof als leugenachtig bestempelde. De Hoge Raad oordeelt dat deze kwalificatie onterecht is, omdat verdachte slechts aangaf dat hij dat dacht en zich kon vergissen, wat niet zonder meer als leugenachtigheid kan worden aangemerkt.
Daarnaast stelde de verdediging dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar zijn, onder meer vanwege diens dronkenschap en kennis van de procestactiek van de verdediging. Het hof verwierp dit verweer, maar de Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft gereageerd op deze betwisting en dat de betrouwbaarheid van het slachtoffer daardoor op losse schroeven staat.
De Hoge Raad concludeert dat de bewijsconstructie van het hof te wankel is, omdat zonder de als leugenachtig bestempelde verklaringen van verdachte alleen de betwiste verklaringen van het slachtoffer overblijven. Het ontbreken van technisch bewijs en andere objectieve gegevens versterkt deze onzekerheid. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs.