ECLI:NL:PHR:2006:AZ0428
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over matiging onderhoudsbijdrage jongmeerderjarige dochter wegens weigering contact
In deze zaak staat de onderhoudsverplichting van een vader jegens zijn jongmeerderjarige dochter centraal, waarbij het hof de bijdrage matigde op grond van haar weigering contact te onderhouden, wat de vader krenkte. De dochter was meerderjarig, studeerde en had na het overlijden van haar moeder behoefte aan een hogere bijdrage.
De rechtbank had eerder een bijdrage vastgesteld, het hof matigde deze echter vanwege de vermeende krenkende bejegening door de dochter. De vader voerde aan dat hij door een brief van een tante gekrenkt was en dat het gebrek aan contact hem zwaar viel. De dochter vorderde een hogere bijdrage.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de matigingsbevoegdheid ruim heeft toegepast zonder voldoende motivering en zonder de belangen van beide partijen af te wegen. De matiging van de onderhoudsverplichting is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toegestaan, waarbij het niet voldoende is dat een meerderjarige dochter geen contact wenst. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor nieuwe behandeling.
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van art. 1:399 BW Pro en benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij matiging van onderhoudsverplichtingen jegens jongmeerderjarigen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de matiging van de onderhoudsbijdrage wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug.