ECLI:NL:PHR:2006:AZ0652
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat strafrechter leeftijd verdachte mag vaststellen buiten GBA-gegevens
In deze zaak stond de vraag centraal of de strafrechter bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie op grond van art. 486 Sv Pro gebonden is aan de leeftijdsgegevens zoals vermeld in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Verdachte werd vervolgd voor poging tot afpersing en poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen. Volgens de GBA was verdachte geboren in 1992, waardoor hij op het moment van het delict nog geen twaalf jaar oud zou zijn geweest, hetgeen vervolging uitsluit.
Het hof nam echter andere gegevens in acht, waaronder een botonderzoek volgens de methode van Tanner en Whitehouse, waaruit bleek dat verdachte een skeletleeftijd had van 15,8 jaar. Tevens bevestigde de vader van verdachte en verdachte zelf dat de geboortedatum anders was dan in de GBA vermeld. Het hof concludeerde dat verdachte op het moment van het delict ruimschoots twaalf jaar was en verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk.
De advocaat van verdachte stelde cassatie in met het verweer dat de strafrechter niet mocht afwijken van de GBA-gegevens. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de strafrechter vrij staat om, indien er voldoende aanwijzingen zijn dat de GBA-gegevens onjuist zijn, ook andere gegevens te betrekken bij de vaststelling van de feitelijke leeftijd. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en wees het cassatiemiddel af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de strafrechter de leeftijd van verdachte ook buiten de GBA-gegevens mag vaststellen en verklaart het cassatiemiddel ongegrond.