ECLI:NL:PHR:2006:AZ1114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beoordeling woonlasten bij partneralimentatie na echtscheiding
Deze zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de hoogte van de partneralimentatie na hun echtscheiding. De vrouw had een bijdrage in haar levensonderhoud gevorderd, waarop de rechtbank een bescheiden alimentatie van €50 per maand toekende. De man stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat zijn draagkracht onvoldoende was vanwege excessieve woonlasten.
In hoger beroep handhaafde het hof de beslissing van de rechtbank, met de overweging dat de man inderdaad excessieve woonlasten opvoerde, maar dat bij een redelijke inschatting van deze lasten de toegekende alimentatie aan de wettelijke maatstaven voldeed. De vrouw voerde het argument van excessieve woonlasten ook expliciet aan in de appelprocedure.
De man stelde cassatieberoep in met klachten dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd trad en onvoldoende motiveerde waarom de woonlasten werden betrokken. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat het argument van excessieve woonlasten in eerste aanleg door de vrouw was ingebracht en in appel expliciet aan de orde was gesteld. Het hof had bovendien voldoende inzicht gegeven in zijn motivering, mede gelet op de wettelijke normen voor redelijke woonlasten en het ontbreken van nadere partijstellingen.
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat het cassatieberoep daarom wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.