ECLI:NL:PHR:2006:AZ1502
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzageverzoek niet-schuldeiser in faillissementsdossier afgewezen door Hoge Raad
Bij vonnis van de rechtbank te Maastricht werden drie vennootschappen failliet verklaard en werd een curator benoemd. Verzoeker, voormalig bestuurder en indirect aandeelhouder, vroeg inzage in het niet-openbare gedeelte van het faillissementsdossier, maar dit verzoek werd door de rechter-commissaris en de rechtbank afgewezen. De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen schuldeiser was in de zin van art. 69 Faillissementswet Pro (Fw) en dat zijn belang onvoldoende was om inzage te verkrijgen.
Verzoeker stelde dat hij als schuldeiser met een ingediende vordering en als bestuurder belanghebbende was, maar de Hoge Raad verwierp deze stellingen. De Raad benadrukte dat een verzoek op grond van art. 69 Fw Pro alleen door schuldeisers, de gefailleerde of een schuldeiserscommissie kan worden gedaan. Het indienen van een vordering bij de curator is in principe voldoende om als schuldeiser te worden beschouwd, tenzij de vordering onherroepelijk is afgewezen. In dit geval was de vordering van verzoeker nog niet definitief erkend.
De Hoge Raad oordeelde dat het belang van verzoeker vooral een privébelang betrof en niet gericht was op het beïnvloeden van het beheer van de boedel. Het inzageverzoek was bedoeld om informatie te verzamelen voor een mogelijke claim tegen de curator en voor een andere procedure, wat niet onder art. 69 Fw Pro valt. De rechtbank had terecht een belangenafweging gemaakt en het verzoek afgewezen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om inzage in het niet-openbare faillissementsdossier werd afgewezen omdat verzoeker geen schuldeiser is en het belang niet gericht is op het beheer van de boedel.