ECLI:NL:PHR:2006:AZ1660

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00404/06
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuistheid omtrent detentie tijdens appelzitting

In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling tot een gevangenisstraf van vier jaar. Tijdens de appelzitting op 20 april 2005 werd door de advocaat-generaal medegedeeld dat verdachte niet gedetineerd was, waarna verstek werd verleend.

Later bleek uit betrouwbare stukken dat verdachte sinds 18 april 2005 in voorlopige hechtenis was genomen, waardoor hij zijn recht op aanwezigheid tijdens de behandeling niet kon uitoefenen. Dit leidde tot de conclusie dat het verstek onterecht was verleend.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep in aanwezigheid van verdachte. Dit is noodzakelijk gelet op het grote belang van verdachte om bij zijn zaak aanwezig te zijn en de belangen van de benadeelde partijen die zich bij de procedure hebben gevoegd.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in aanwezigheid van verdachte.

Conclusie

Griffienr. 00404/06
Mr. Wortel
Zitting:31 oktober 2006 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarbij verzoeker wegens (1A) "medeplegen van poging tot doodslag", (1C) "poging tot doodslag" en (2A subsidiair alsmede 2B subsidiair telkens) "medeplegen van poging tot zware mishandeling" is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf.
Voorts heeft het Hof de vorderingen van benadeelde partijen toegewezen, en verzoeker op de voet van art. 36f Sr, ten behoeve van de benadeelde partijen en tot dezelfde bedragen, betalingsverplichtingen jegens de Staat opgelegd, met bepaling van vervangende hechtenis en met bepaling dat elk van de opgelegde betalingsverplichtingen zal komen te vervallen indien en voor zover verzoeker aan de andere, jegens of ten behoeve van dezelfde benadeelde partij opgelegde, betalingsverplichting zal hebben voldaan.
2. Namens verzoeker heeft mr L.P.H. Hameleers, advocaat te Roermond, een schriftuur houdende een cassatiemiddel ingediend.
3. Het middel bevat de klacht dat ten onrechte verstek tegen verzoeker is verleend, aangezien verzoeker - anders dan het Hof veronderstelde - ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep in Nederland gedetineerd was.
4. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 20 april 2005 is aan de griffier van de Rechtbank betekend op 1 maart 2005, zijnde verzoeker zonder bekende woon- of verblijfplaats. Bij de stukken van deze betekening is gevoegd een GBA-overzicht gedateerd 1 maart 2005, waarin is te vinden dat verzoeker vanaf 27 oktober 2004 niet meer is ingeschreven wegens "vertrokken naar Land onbekend".
Het proces-verbaal van de zojuist genoemde terechtzitting vermeldt dat de advocaat-generaal aldaar heeft medegedeeld dat controle in VIPS (Verwijs Index Personen Systeem) had uitgewezen dat verzoeker op dat moment niet was gedetineerd.
5. Aan de cassatieschriftuur is onder meer gehecht een kopie van een bevel, gegeven door de Rechtbank te Breda, tot gevangenhouding van de met verzoekers personalia aangeduide persoon. Dit bevel is gegeven op 27 april 2005, en verwijst naar een op 18 april 2005 gegeven bevel tot bewaring van de verdachte.
6. Aan de Wet op de Traagheid ontkomen zelfs de meest ambitieuze registratiesystemen niet. In dit geval was VIPS kennelijk niet in staat om de advocaat-generaal te Den Bosch op 20 april 2005 te informeren dat verzoeker op 18 april 2005 in Breda in voorlopige hechtenis was genomen.
7. Achteraf moet derhalve worden vastgesteld dat verzoekers detentie in de andere zaak hem in deze zaak heeft belet zijn aanwezigheidsrecht te benutten, zodat, achteraf bezien, ten onrechte verstek is verleend.
Het middel is terecht voorgesteld. Teneinde te bevorderen dat deze zaak -waarin zich benadeelde partijen hebben gevoegd - zo spoedig mogelijk kan worden afgedaan wordt deze conclusie bij vervroeging genomen.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, en terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,