ECLI:NL:PHR:2006:AZ2169
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijwillige terugtred bij voltooide poging tot doodslag op baby in Eemskanaal
De zaak betreft een verdachte die op 3 april 2004 in de gemeente Ten Boer heeft geprobeerd zijn vijf maanden oude zoontje te doden door samen met hem in het Eemskanaal te springen. Het misdrijf werd niet voltooid omdat de verdachte met het kind uit het kanaal is geklommen en het naar het ziekenhuis wilde brengen. Het hof heeft de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging wegens vrijwillige terugtred op grond van artikel 46b Sr.
De Hoge Raad behandelt de vraag of vrijwillige terugtred mogelijk is bij een voltooide poging. De Raad oordeelt dat dit niet is uitgesloten en dat ook van buiten komende factoren het aannemen van vrijwillige terugtred niet per definitie in de weg staan. Het hof heeft geoordeeld dat het feit dat de verdachte met het kind uit het kanaal is geklommen en het naar het ziekenhuis bracht, een van de wil van de verdachte afhankelijke omstandigheid is die het niet voltooien van het misdrijf verklaart.
De Hoge Raad wijst op de onzekerheid over de precieze toedracht en de gevolgen voor het kind, maar acht het niet onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat de verdachte vrijwillig van zijn voornemen is afgestapt. Ook de klacht dat het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist over subsidiaire tenlasteleggingen faalt, omdat het hof impliciet heeft geoordeeld dat ook die tenlasteleggingen wegens vrijwillige terugtred niet strafbaar zijn. De Hoge Raad vernietigt het arrest alleen voor zover het de strafoplegging betreft en vermindert de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte is ontslagen van rechtsvervolging wegens vrijwillige terugtred bij poging tot doodslag op zijn baby.