ECLI:NL:PHR:2006:AZ5868
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstal- en opiumwetzaken
De aanvrager heeft bij de Hoge Raad herziening gevraagd van twee onherroepelijke vonnissen van de politierechter in Den Haag en Rotterdam, waarin hij was veroordeeld voor diefstal en opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De aanvrager stelt dat iemand anders zich herhaaldelijk van zijn personalia heeft bediend, wat heeft geleid tot onterechte veroordelingen.
Uit onderzoek, waaronder vingerafdrukvergelijkingen door de politie te Krimpen aan de IJssel, blijkt dat de aanvrager niet de dader was van het feit waarvoor hij in Rotterdam is veroordeeld. Ook handtekeningenonderzoek wijst op persoonsverwisseling. De officier van justitie heeft op basis hiervan de onmiddellijke invrijheidstelling bevolen en het Haagse vonnis ter verjaring opgelegd.
De Hoge Raad concludeert dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager onterecht is veroordeeld en dat de rechters bij kennis van deze omstandigheden hem zouden hebben vrijgesproken. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsverzoeken gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaken terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: Herzieningsverzoeken gegrond verklaard en zaken verwezen voor nieuwe behandeling wegens persoonsverwisseling.