ECLI:NL:PHR:2007:AF4673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over fiscale kwalificatie van leaseconstructies bij ziekenhuizen ter voorkoming van omzetbelasting
De zaak betreft een fiscale procedure over leaseconstructies waarbij speciale one purpose dochters van leasemaatschappijen dure roerende zaken aanschaffen en deze onder operationele lease aan ziekenhuizen verhuren. De ziekenhuizen, die vrijgestelde prestaties verrichten, verstrekken renteloze leningen aan deze dochters om de aankoop te financieren. Na afloop van de leaseperiode is het ziekenhuis gerechtigd de aandelen in de special purpose company te kopen, waarna een fiscale eenheid of juridische fusie kan worden gevormd.
De Inspecteur weigerde de aftrek van omzetbelasting op de aankoop en hief omzetbelasting na over de terbeschikkingstelling aan de ziekenhuizen, stellende dat het in feite om een levering ging. Het Hof stelde vast dat de contractuele constructie een schijnhandeling was en dat de economische eigendom en de macht om als eigenaar over de apparatuur te beschikken, aan de ziekenhuizen waren overgedragen. De lening werd gekwalificeerd als vergoeding voor de levering.
De Hoge Raad bevestigt dat de civielrechtelijke kwalificatie niet beslissend is en dat een zelfstandige fiscaalrechtelijke kwalificatie mogelijk is. Daarbij is van belang of de economische realiteit en de feitelijke beschikkingsmacht bij het ziekenhuis liggen. De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de EG (SAFE Rekencentrum) dat levering ook kan bestaan uit overdracht van de macht om als eigenaar te beschikken, zonder juridische eigendomsoverdracht.
De Hoge Raad onderkent dat de omzetbelasting een subjectieve heffingsmaatstaf kent, waarbij de overeengekomen vergoeding bepalend is, maar benadrukt dat de feitelijke economische situatie bepalend is voor de kwalificatie. De constructie wordt niet als fraus legis aangemerkt, maar de fiscale kwalificatie wijkt af van de civielrechtelijke, waardoor omzetbelasting verschuldigd is over de vergoeding die in werkelijkheid een levering betreft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de leaseconstructies fiscaalrechtelijk als leveringen moeten worden gekwalificeerd en dat omzetbelasting verschuldigd is over de vergoeding.