ECLI:NL:PHR:2007:AU6916
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en werkingssfeer van het Fooienbesluit 1989 inzake waardering van fooien in de horeca
Deze zaak betreft de uitleg en toepassing van het Fooienbesluit 1989, met name artikel 3, dat een waarderingsregel bevat voor fooien en dergelijke prestaties van derden voor horecapersoneel. De discussie spitst zich toe op de personele en materiële werkingssfeer van deze regel, de toepassing bij verschillende categorieën personeel, en de relatie tot de Horeca-CAO.
De Hoge Raad bevestigt dat de waarderingsregel niet beperkt is tot werknemers die volgens een garantie-inkomensysteem werken, maar van toepassing is op alle werknemers die minder dan het minimumloon volgens de Horeca-CAO ontvangen. De regel geldt uitsluitend voor bedienend personeel, zoals kelners en serveerders, maar niet voor keukenpersoneel zoals koks en afwassers, die slechts toevallig fooien ontvangen en daardoor buiten de heffing vallen.
Voorts is het niet vereist dat de Horeca-CAO algemeen verbindend is verklaard of doorwerkt in individuele arbeidsovereenkomsten; het gaat om werknemers die onder de omschrijving van de CAO vallen. Daarnaast dient bij de waardering van fooien rekening te worden gehouden met loon in natura en met brutering van nettoloon, ook indien het anoniementarief wordt toegepast. De Hoge Raad verwerpt het beroep van belanghebbende en bevestigt de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen en de waarderingsregel van het Fooienbesluit 1989 wordt bevestigd voor bedienend personeel in de horeca.