ECLI:NL:PHR:2007:AU6920
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en reikwijdte van het Fooienbesluit 1989 voor horecapersoneel
In deze zaak staat de toepassing van het Fooienbesluit 1989 centraal, met name de personele en materiële werkingssfeer van de waarderingsregel voor fooien en dergelijke prestaties van derden in de horecasector. De zaak betreft een horecabedrijf dat in de jaren 1994-1997 onvoldoende loonadministratie voerde, waarop het UWV een schatting van de premies werknemersverzekeringen baseerde, mede aan de hand van verklaringen van (ex-)werknemers en toepassing van artikel 3 van Pro het Fooienbesluit.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelden dat het bestuursorgaan terecht de loonadministratie verwierp en vrij was een aanvullende schatting te maken. De CRvB verwierp tevens het verweer dat fooien niet tot het loon behoren als de werkgever niet bij de verdeling betrokken is. De CRvB bevestigde dat de waarderingsregel van artikel 3 van Pro het Fooienbesluit 1989 geldt voor werknemers in de zin van de Horeca-CAO die minder dan het minimumloon ontvangen, en dat de regel niet beperkt is tot werknemers die volgens het garantie-inkomensysteem werken.
De Procureur-Generaal concludeert dat de waarderingsregel uitsluitend van toepassing is op bedienend personeel, ruim opgevat naar spraakgebruik en functie-indeling van de Horeca-CAO, waarbij ook rekening moet worden gehouden met loon in natura en brutering van nettoloon tegen het anoniementarief. De toepasselijkheid van de waarderingsregel vereist niet dat de Horeca-CAO algemeen verbindend is verklaard of dat de werkgever aan een specifieke werkgeversorganisatie is verbonden. De Hoge Raad wordt verzocht het beroep van belanghebbende te verwerpen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt verworpen en de toepassing van artikel 3 van het Fooienbesluit 1989 wordt bevestigd.