ECLI:NL:PHR:2007:AU6921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en werkingssfeer van het Fooienbesluit 1989 voor horecapersoneel
Deze zaak betreft de toepassing van het Fooienbesluit 1989, met name artikel 3, dat gaat over de waardering van fooien en dergelijke prestaties van derden voor horecapersoneel. De discussie spitst zich toe op de personele en materiële werkingssfeer van deze waarderingsregel, en de vraag of deze alleen geldt voor werknemers die volgens het garantie-inkomensysteem werken, of voor breder horecapersoneel.
In de procedure was belanghebbende een horecabedrijf dat geen deugdelijke loonadministratie voerde, waarop verweerder een correctienota oplegde met toepassing van artikel 3 van Pro het Fooienbesluit. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bevestigden de rechtmatigheid van deze schatting en toepassing. Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat fooien niet tot het loon behoren indien de werkgever niet betrokken is bij de verdeling, en dat de waarderingsregel beperkt zou zijn tot werknemers die onder de garantie-inkomensregeling vallen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bevestigt dat de waarderingsregel sinds 1990 niet beperkt is tot werknemers onder de garantie-inkomensregeling, maar geldt voor alle werknemers die minder dan het minimumloon volgens de Horeca-CAO ontvangen. De regel is uitsluitend van toepassing op bedienend personeel, zoals kelners en serveerders, en niet op keukenpersoneel zoals koks of afwassers. Voor de toepassing is niet vereist dat de Horeca-CAO algemeen verbindend is verklaard; het gaat om werknemers die onder de omschrijving van de CAO vallen. Verder moet bij de waardering rekening worden gehouden met loon in natura en met brutering van nettoloon, ook onder het anoniementarief.
De conclusie bevat een uitgebreide analyse van de verschillende versies van het Fooienbesluit, de toelichtingen, jurisprudentie van de CRvB en de betekenis van begrippen als bedienend personeel en minimumloon. De Hoge Raad wordt geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen en de eerdere uitspraken in stand te laten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigd.