ECLI:NL:PHR:2007:AU6922
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en reikwijdte van het Fooienbesluit 1989 inzake waardering van fooien in de horeca
In deze zaak staat de toepassing van het Fooienbesluit 1989 centraal, met name de personele en materiële werkingssfeer van de waarderingsregel voor fooien en dergelijke prestaties van derden voor horecapersoneel. Belanghebbende, een horecabedrijf, werd geconfronteerd met een looncontrole over de jaren 1993 tot en met 1997, waarbij correctienota's werden opgelegd wegens het niet voeren van een deugdelijke loonadministratie. Verweerder schatte de verschuldigde premies mede op basis van verklaringen van (ex-)werknemers en paste artikel 3 van Pro het Fooienbesluit toe omdat het betaalde loon onder het minimumloon van de Horeca-CAO lag.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelde dat het bestuursorgaan terecht tot een aanvullende schatting kon overgaan en dat de gehanteerde schattingsmethodiek niet onaanvaardbaar was. Tevens werd bevestigd dat fooien geacht worden tot het loon te behoren indien het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon lager is dan het minimumloon volgens de CAO, ongeacht of de werkgever betrokken is bij de fooienverdeling of hiervan op de hoogte is. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en wijst erop dat de waarderingsregel niet beperkt is tot werknemers die volgens het garantie-inkomensysteem werken, maar geldt voor alle werknemers die minder verdienen dan het minimumloon volgens de Horeca-CAO.
Verder verduidelijkt de Hoge Raad dat de waarderingsregel uitsluitend van toepassing is op bedienend personeel, zoals kelners en serveerders, en niet op keukenpersoneel zoals koks en afwassers, die slechts toevallig fooien ontvangen. De toepassing van de waarderingsregel vereist niet dat de Horeca-CAO algemeen verbindend is verklaard of doorwerkt in individuele arbeidsovereenkomsten; het gaat om werknemers die onder de omschrijving van de CAO vallen. Ook is het niet relevant welke werkgeversorganisatie de werkgever vertegenwoordigt. Ten slotte dient bij de berekening van het fooienbedrag rekening te worden gehouden met loon in natura, zoals verstrekte maaltijden, en met de brutering van nettoloon, ook indien het anoniementarief wordt toegepast.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de waarderingsregel van het Fooienbesluit 1989 wordt bevestigd.