ECLI:NL:PHR:2007:AX7299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling vergoeding bouwbegeleiding schip onder tonnageregeling
Belanghebbende gaf opdracht tot de bouw van een schip en begeleidde intensief de bouw, waarvoor hij een vergoeding van ƒ 630.000 ontving. Hij had gekozen voor de forfaitaire winstbepaling op basis van de tonnageregeling (art. 8c Wet IB 1964).
De kernvraag was of de vergoeding voor werkzaamheden als bouwbegeleiding en projectontwikkeling kon worden afgeboekt op de aanschaffingskosten van het schip, zoals goed koopmansgebruik voorschrijft, of dat deze als winst moesten worden belast. De Hoge Raad overwoog dat dergelijke vergoeding moet worden gezien als ondernemersloon en daarom niet geactiveerd mag worden.
De Hoge Raad bevestigde dat de tonnageregeling alleen ziet op winst uit exploitatie van een schip en direct daarmee samenhangende werkzaamheden, maar dat de bouwfase zelf geen exploitatie is. De voortbrengingskosten moeten worden geactiveerd en afgeschreven, maar de vergoeding voor bouwbegeleiding valt niet onder deze kosten.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 12.115, waarmee de vergoeding niet tot de winst werd gerekend. Hiermee werd duidelijkheid verschaft over de fiscale behandeling van dergelijke vergoedingen binnen het tonnageregime.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 12.115, waarbij de vergoeding voor bouwbegeleiding niet tot de winst werd gerekend.