ECLI:NL:PHR:2007:AY8478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid van kosten yortgymnastiek en zwemmen als buitengewone lasten
Belanghebbende, geboren in 1946, maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 1996 aanspraak op aftrek van kosten voor yortgymnastiek en zwemmen als buitengewone lasten ter zake van ziekte. Het hof oordeelde dat deze kosten aftrekbaar waren omdat de activiteiten op medisch voorschrift en onder medische controle zouden plaatsvinden. De Staatssecretaris van Financiën stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van medische begeleiding, zoals vereist volgens vaste jurisprudentie.
De Hoge Raad benadrukte dat medische begeleiding of toezicht betrekking moet hebben op de therapeutische activiteit zelf en dat het onvoldoende is dat belanghebbende slechts door zijn huisarts wordt gecontroleerd. De verklaringen van de huisarts boden onvoldoende bewijs dat de medische controle gelijk stond aan de vereiste medische begeleiding. Tevens werd het criterium van het besparingscriterium besproken, waarbij alleen extra uitgaven boven normale kosten aftrekbaar zijn.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee werd de strikte toepassing van het vereiste van medische begeleiding bevestigd en werd verduidelijkt dat alleen kosten die voldoen aan deze criteria als buitengewone lasten kunnen worden afgetrokken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van medische begeleiding bij yortgymnastiek en zwemmen; de zaak wordt terugverwezen.