ECLI:NL:PHR:2007:AY9471
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt dat verplichte afrekeningsaangifte ex art. 22 WVA geen vrijwillige verbetering is en bevestigt boete bij grove schuld
In deze zaak staat centraal of een afrekeningsaangifte als bedoeld in art. 22, lid 1, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA), of een latere correctie daarvan, kan worden beschouwd als een vrijwillige verbetering in de zin van paragraaf 28, lid 3, van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 (BBBB 1998). Belanghebbende, een B.V., had een naheffingsaanslag en een boete ontvangen wegens het te hoog toepassen van voorlopige S&O-afdrachtverminderingen over 2001. De boete werd gehandhaafd door de Inspecteur en vervolgens door het Hof vernietigd op grond van het veronderstelde karakter van vrijwillige verbetering.
De Hoge Raad oordeelt echter dat een verplichte afrekeningsaangifte, ook als deze uit eigen beweging wordt verbeterd, niet kan worden aangemerkt als een vrijwillige verbetering die het beboetbare vergrijp van art. 28 WVA Pro wegneemt. De regeling beoogt te voorkomen dat inhoudingsplichtigen een te hoge voorlopige S&O-afdrachtvermindering toepassen en daardoor een liquiditeitsvoordeel genieten. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Hof voor beoordeling of de overschrijding van de S&O-afdrachtvermindering te wijten is aan grove schuld van belanghebbende.
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de vrijwillige verbeteringsregeling en bevestigt dat de verplichte afrekeningsaangifte ex art. 22 WVA Pro een zelfstandige wettelijke verplichting is die niet gelijkgesteld kan worden aan vrijwillige verbetering. Hierdoor blijft de mogelijkheid tot oplegging van een vergrijpboete bij grove schuld bestaan, ook indien de afrekeningsaangifte wordt gecorrigeerd. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de wetgeving rond S&O-afdrachtverminderingen, boetebeleid, en de voorwaarden waaronder vrijwillige verbetering geldt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor beoordeling of de overschrijding van de S&O-afdrachtvermindering te wijten is aan grove schuld.