ECLI:NL:PHR:2007:AZ1492
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toedeling recht van koop bedrijfspand bij boedelscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na ontbinding van hun huwelijk. Centraal staat de vraag of het recht van koop van een bedrijfspand, dat door de man werd uitgeoefend, tot het te verdelen vermogen behoorde.
De vrouw vorderde dat dit recht, althans de waarde ervan, aan de man zou worden toegedeeld onder de verplichting tot betaling wegens overbedeling. De rechtbank stelde vast dat het recht van koop tot de gemeenschap behoorde en wees de verdeling toe. Het hof wijzigde dit oordeel door een recht van de man jegens een derde ([betrokkene 1]) tot overdracht van het recht van koop te betrekken, zonder dat dit expliciet in de rechtsstrijd was gesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden door een nieuwe rechtsgrond aan te nemen zonder hoor en wederhoor, wat in strijd is met art. 24 Rv Pro. Het hof had niet mogen aannemen dat de vrouw dit recht van de man jegens [betrokkene 1] bedoelde zonder dat dit duidelijk was voor partijen. Het oordeel dat [betrokkene 1] verplicht was mee te werken aan overdracht is echter niet onredelijk geacht. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.