ECLI:NL:PHR:2007:AZ1654
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over partner- en kinderalimentatie na echtscheiding en draagkrachtnorm
Partijen zijn in 1987 gehuwd en hebben twee kinderen. Na echtscheiding in 2005 werd alimentatie vastgesteld voor de vrouw en kinderen. De vrouw ontving loon van Dutchmed, een constructie die het hof als verkapte alimentatie beschouwde en daarom buiten de behoefteberekening liet. Het hof stelde de alimentatiebedragen vast en bepaalde een eerdere ingangsdatum voor kinderalimentatie dan de rechtbank.
De vrouw en man stelden cassatieberoepen in tegen het hofarrest. De vrouw betwistte onder meer het niet meenemen van haar loon in de behoeftebepaling, de man stelde dat hij niet draagkrachtig was en dat het hof onterecht een fictief inkomen aan hem toerekende.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd trad door het loon als verkapte alimentatie te beschouwen en dat het hof de alimentatieplicht van de man terecht vaststelde zonder dat het resterend inkomen onder 90% van de bijstandsnorm kwam. De motivering van het hof voldeed aan de eisen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het hofarrest waarin de alimentatieverplichtingen van de man werden vastgesteld met inachtneming van de draagkracht- en bijstandsnorm.