ECLI:NL:PHR:2007:AZ2105
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot afpersing met dodelijk geweld niet houdbaar
De zaak betreft een poging tot afpersing waarbij verdachte op uitkijk stond terwijl mededaders het slachtoffer thuis wilden dwingen tot afgifte van bankpas en pincode. Tijdens deze poging werd het slachtoffer met een mes gestoken en overleed later aan zijn verwondingen.
Het hof had verdachte veroordeeld wegens medeplegen van poging tot afpersing waarbij de dood van het slachtoffer het gevolg was. De verdediging betwistte het opzet en het causale verband tussen de poging tot afpersing en de dood van het slachtoffer.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aannam dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op geweld door mededaders en deze aanvaardde. Echter, het hof had ten onrechte het dodelijk geweld toegerekend aan de poging tot afpersing, terwijl het steken met het mes niet instrumenteel was voor het verkrijgen van de pinpas en pincode.
De dood van het slachtoffer was het gevolg van een afzonderlijk strafbaar feit, namelijk doodslag, en kon niet als gevolg van de poging tot afpersing worden toegerekend. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens ontbreken van het causale verband tussen poging tot afpersing en de dood van het slachtoffer.