ECLI:NL:PHR:2007:AZ2592
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verhaal van dubbele betaling door bank op rekeninghouder ondanks beslag
In deze zaak ging het om de vraag of een bank die door een interne fout het saldo van een rekening aan de rekeninghouder uitbetaalde, terwijl er beslag lag op die rekening, het bedrag dat zij nadien opnieuw aan de beslaglegger moest betalen, op de rekeninghouder kon verhalen op grond van artikel 6:33 BW Pro.
De feiten betroffen een conservatoir beslag op de bankrekening van eiser, waarbij de bank ten onrechte het saldo aan eiser had uitbetaald. Nadat het beslag executoriaal was geworden, betaalde de bank het bedrag opnieuw aan de beslaglegger en noteerde een debetstand op de rekening van eiser.
De rechtbank wees de vordering van de bank toe bij verstek, maar vernietigde dit vonnis later en wees de vordering af. Het hof stelde de bank echter in het gelijk en oordeelde dat de betaling aan eiser niet bevrijdend was tegenover de beslaglegger, waardoor de bank verhaal kon halen op eiser.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel van eiser dat stelde dat de bank geen beroep kon doen op artikel 6:33 BW Pro omdat de fout bij de bank lag en eiser geen verwijt trof. De Hoge Raad oordeelde dat het verhaalsrecht van de bank niet wordt beperkt door het ontbreken van verwijtbaarheid bij de rekeninghouder, omdat het hier gaat om een verrijkingsactie.
De klacht over onvoldoende motivering faalde eveneens, zodat het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de bank verhaal kan halen op de rekeninghouder voor het ten onrechte aan hem uitbetaalde bedrag ondanks beslag.