ECLI:NL:PHR:2007:AZ2862
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belastingheffing op niet opgehaalde prijzen Staatsloterij
De Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij voerde bezwaar tegen de belastingafdracht over prijzen die na de trekking niet waren opgehaald. De Staatssecretaris van Financiën stelde dat belasting geheven moest worden direct na de trekking, ongeacht of de prijs was opgeëist. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, maar de Hoge Raad stelde vast dat de belastingplicht pas ontstaat wanneer de prijs daadwerkelijk ter beschikking wordt gesteld aan een gerechtigde.
De Hoge Raad overwoog dat de privaatrechtelijke voorwaarden van de loterij bepalend zijn voor het moment waarop aanspraak op de prijs ontstaat. Dit moment is niet de trekking zelf, maar het moment van erkenning van de winnaar en uitbetaling. De belastingheffing moet aansluiten bij het verzilveren van de buitenkans en niet bij een fictieve prijs.
De uitspraak verduidelijkt dat belastingheffing over niet opgehaalde prijzen onterecht is en dat de Stichting recht heeft op vermindering van de afgedragen kansspelbelasting. De zaak wordt terugverwezen naar een ander gerechtshof voor vaststelling van de omvang van de vermindering.
De Hoge Raad maakt een vergelijking met loonbelasting en dividendbelasting, waarbij ook het moment van terbeschikkingstelling bepalend is voor belastingheffing. De uitspraak benadrukt het belang van het moment waarop de belastingplichtige daadwerkelijk beschikkingsmacht krijgt over de prijs.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en verwijst de zaak terug voor vaststelling van de vermindering van de afgedragen kansspelbelasting over niet opgehaalde prijzen.