ECLI:NL:PHR:2007:AZ3085
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over rectificatie en toevoeging van commentaar aan rectificatie
In deze zaak staat centraal de vraag of een veroordeelde partij verplicht is een rectificatie zonder commentaar te plaatsen, ook als een uitdrukkelijk verbod daartoe ontbreekt. De zaak betreft een brief van de eiser waarin hij de verweerder beschuldigde van misleiding en liegen, waarna de voorzieningenrechter hem veroordeelde tot rectificatie op straffe van dwangsom. De eiser voegde echter commentaar toe aan de rectificatie, wat de verweerder aanvocht als niet-naleving van het vonnis.
De voorzieningenrechter en het hof oordeelden dat het toevoegen van commentaar dat de rectificatie ontkracht, niet is toegestaan, ook zonder expliciet verbod. De Hoge Raad vernietigt dit arrest en het vonnis in eerste aanleg, stellende dat een dergelijk stilzwijgend verbod niet toelaatbaar is zonder een afzonderlijke belangenafweging op grond van art. 7 Grondwet Pro en art. 10 EVRM Pro.
De Hoge Raad benadrukt dat de uitleg van een veroordeling moet worden afgestemd op het doel en de strekking ervan, en dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet zomaar mag worden beperkt. Het toevoegen van commentaar is toegestaan tenzij de rechter dit uitdrukkelijk verbiedt. De zaak wordt terugverwezen met het oordeel dat de vordering van de eiser moet worden toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en het vonnis en wijst de vordering van eiser toe, waarbij het toevoegen van commentaar aan een rectificatie zonder uitdrukkelijk verbod is toegestaan.