ECLI:NL:PHR:2007:AZ3286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vervolging wegens verjaring WAM-overtreding
Verdachte werd op 25 september 2002 veroordeeld door de kantonrechter voor het niet hebben afgesloten van een verplichte motorrijtuigenverzekering op 10 juli 2001, een overtreding onder de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). In hoger beroep werd verdachte op 11 oktober 2005 niet-ontvankelijk verklaard door het gerechtshof. Verdachte stelde cassatie in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Hoge Raad stelt vast dat de verjaringstermijn voor deze overtreding maximaal twee keer twee jaar bedraagt. Omdat het cassatieberoep tegen de niet-ontvankelijkverklaring faalt, wordt de uitspraak onherroepelijk en bestaat er geen recht tot strafvordering meer dat door verjaring kan vervallen. Dit voorkomt dat het gezag van onherroepelijke rechterlijke uitspraken wordt ondermijnd.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de WAM-overtreding. Hierdoor hoeft het middel van cassatie niet inhoudelijk te worden besproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens verjaring.