ECLI:NL:PHR:2007:AZ3536
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over verrotting van naar Ghana verscheepte partij appels en aansprakelijkheid verkoper
In deze zaak ging het om een geschil tussen een Nederlandse verkoper en een Ghanese koper over een partij Jonagold appels die na verscheping naar Ghana grotendeels verrot bleken te zijn. De verkoper had een groot deel van de appels ongekoeld opgeslagen in een container op haar terrein voordat deze werd verscheept. De koper vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie.
De rechtbank oordeelde dat de verkoper toerekenbaar tekortgeschoten was door de appels ongekoeld te laten staan en kende de koper een schadevergoeding toe. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, omdat de koper onvoldoende feiten had gesteld om aan te tonen dat de verrotting het gevolg was van de opslag bij de verkoper.
De Hoge Raad behandelde onder meer de vraag of de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend en de motivering van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding tijdig en rechtsgeldig was uitgebracht en dat het hof de stelplicht van de koper ten aanzien van het kwaliteitsgebrek terecht had beoordeeld. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de koper wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.