ECLI:NL:PHR:2007:AZ3558
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring medeplegen afpersing en diefstal met geweld
In deze zaak zijn aan de verdachte twee roofovervallen op een Edah-vestiging ten laste gelegd, gepleegd in oktober en december 2003. De verdachte heeft de tweede overval bekend, maar ontkent betrokkenheid bij de eerste. Het hof oordeelde echter dat voldoende bewijs bestond voor betrokkenheid bij de eerste overval, mede gebaseerd op frequent telefooncontact tussen verdachte en een medeverdachte en overeenkomsten in modus operandi.
De Hoge Raad stelt dat de bewijsmiddelen onvoldoende onderbouwd zijn om de betrokkenheid van verdachte bij de eerste overval aan te nemen. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het frequente en korte telefooncontact, dat mogelijk voicemailverkeer betreft, als bewijs van actieve betrokkenheid geldt. Ook de overeenkomst in werkwijze levert slechts zwak steunbewijs.
Verder is het hof tekortgeschoten in het overwegen van de mogelijkheid dat de telefoon van verdachte uit stond, waardoor het contact niet noodzakelijkerwijs communicatie inhield. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor wat betreft het tweede tenlastegelegde feit en de opgelegde straf, en verklaart het cassatieberoep ontvankelijk.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring van betrokkenheid bij de eerste overval.