ECLI:NL:PHR:2007:AZ3592
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontoereikende motivering
In deze zaak werd verdachte door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot een geldboete wegens overtreding van de APV Delft. Verdachte stelde dat een griffiemedewerker haar telefonisch had toegezegd dat haar schriftelijk ingediende aanhoudingsverzoek zou worden gehonoreerd, waardoor zij mocht vertrouwen dat nog geen uitspraak zou worden gedaan en zij tijdig hoger beroep kon instellen.
Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat zij dit pas na de wettelijke beroepstermijn van 14 dagen had ingesteld. Het hof verwierp het verweer dat de griffiemedewerker haar na het verstrijken van de termijn had verzekerd dat zij nog hoger beroep kon instellen en motiveerde niet waarom de mededeling van de griffiemedewerker niet tot een verontschuldigbare termijnoverschrijding leidde.
De Hoge Raad overweegt dat de wet duidelijke termijnen stelt voor het instellen van hoger beroep, maar dat bijzondere omstandigheden, zoals ambtelijke informatie die gerechtvaardigde verwachtingen schept, een verontschuldiging kunnen vormen voor termijnoverschrijding. Omdat het hof de juistheid van het verweer van verdachte omtrent de toezegging van de griffiemedewerker in het midden liet en niet gemotiveerd heeft waarom dit geen bijzondere omstandigheid is, is het arrest onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.