ECLI:NL:PHR:2007:AZ3595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid tot inbeslagname schapen zonder gezondheidscertificaat
In deze zaak ging het om een partij van 223 schapen die op 23 september 2005 werd aangetroffen in een vrachtauto op de snelweg A1 nabij Deventer. Bij onderzoek bleek dat een deel van deze schapen geen gezondheidscertificaat had, waarna de gehele partij in beslag werd genomen. De klagster verzocht via een beklag ex art. 552a Sv om teruggave van de schapen, wat door de rechtbank op 30 september 2005 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het beslag rechtmatig was, gelet op het vermoeden dat niet aan de hygiënische en veterinaire voorschriften was voldaan. Dit vermoeden maakte het niet aannemelijk dat de schapen gezond waren, waardoor veterinaire risico's bij terugkeer in het handelsverkeer niet konden worden uitgesloten. De rechtbank vond dat het belang van strafvordering zich verzette tegen teruggave van de dieren.
De klagster stelde in cassatie dat de officier van justitie niet bevoegd was tot inbeslagname omdat deze bevoegdheid alleen aan de minister toekwam, en dat de voorgenomen vernietiging van de schapen getoetst had moeten worden aan art. 117 Sv Pro. De Hoge Raad bevestigde echter dat de strafvorderlijke bevoegdheid tot inbeslagname bestond en dat art. 552a Sv geen mogelijkheid biedt om te klagen over voorgenomen vernietiging. De vernietiging van de schapen was gerechtvaardigd vanwege de gezondheidsrisico's en de bezwaren tegen het langdurig bewaren van levende dieren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van de rechtbank en de Economische Politierechter, die de onttrekking aan het verkeer van de ongeregistreerde schapen had bevolen en de teruggave van de overige schapen had gelast.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen; de inbeslagname en vernietiging van de schapen zonder gezondheidscertificaat waren rechtmatig.