ECLI:NL:PHR:2007:AZ4067
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verschuldigdheid van provisie bij bemiddelingsovereenkomst ondanks niet-nakoming koper
In deze zaak staat centraal of een bemiddelaar recht heeft op provisie wanneer de door hem bemiddelde koopovereenkomst wel tot stand is gekomen, maar de koper zijn betalingsverplichtingen niet nakomt. De opdrachtgever betoogde dat provisie slechts verschuldigd is als de koper daadwerkelijk betaalt. De Hoge Raad bevestigt dat volgens de hoofdregel van art. 7:426 lid 1 BW Pro het recht op loon ontstaat zodra de overeenkomst tot stand komt, ongeacht de uitvoering.
De Hoge Raad wijst het beroep af dat het hof de bewijslast ten onrechte bij de opdrachtgever legde en benadrukt dat algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid niet kunnen afwijken van de wettelijke regeling. De gespreide betalingsregeling werd door het hof als coulance beoordeeld en verandert niets aan het recht op provisie.
De uitspraak benadrukt dat partijen afwijkende afspraken kunnen maken, maar bij gebrek daaraan geldt de wettelijke hoofdregel. De praktijk in de makelaardij waarbij provisie vaak pas bij transport opeisbaar is, vormt geen algemene regel die de wettelijke regeling kan verdringen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtszekerheid omtrent het ontstaan van het recht op provisie bij bemiddelingsovereenkomsten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt verworpen; HG Management heeft recht op de volledige provisie ondanks niet-betaling door koper.