ECLI:NL:PHR:2007:AZ4603
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over schadeloosstelling bij vervroegde onteigening en bedrijfsverplaatsing
In deze zaak staat de vervroegde onteigening van percelen van een tuinbouwbedrijf in Breda centraal, waarbij de Staat de onteigening vorderde vanwege aanleg van de HSL-Zuid en aanpassing van het knooppunt Princeville. De onteigende had een vergunning voor kasbouw, maar stelde door de onteigening de bouw uit en kocht elders vervangende grond waarop hij zijn bedrijf herstartte.
De Rechtbank stelde de schadeloosstelling vast, inclusief vergoeding voor waardeverlies, omrijschade, gederfd inkomen wegens het niet bouwen van een kas, en wettelijke rente. De Staat stelde cassatie in tegen diverse onderdelen, waaronder de waardering van de grond, de vergoeding voor inkomensschade, en de rentevergoeding. De Rechtbank had de deskundigenrapporten gevolgd en de Staat kon onvoldoende onderbouwing leveren om daarvan af te wijken.
De Hoge Raad bevestigt dat de schadeloosstelling wordt bepaald naar de toestand op het moment van onteigening, met uitzonderingen voor inkomensderving onder strikte voorwaarden. De Hoge Raad verwerpt het betoog van de Staat dat de onteigening niet de enige oorzaak was van het niet bouwen van de kas en oordeelt dat de Rechtbank terecht de deskundigen en omstandigheden heeft meegewogen. Ook de rentevergoeding en vergoeding van deskundigenkosten worden grotendeels bevestigd, maar de Hoge Raad wijst terug voor nadere beslissing over rentevergoeding vanaf inschrijving vonnis en kosten van deskundige na 26 mei 2003.
Uitkomst: Hoge Raad wijst cassatieberoep grotendeels af, vernietigt delen over rentevergoeding en deskundigenkosten, en verwijst terug naar Rechtbank Breda.