ECLI:NL:PHR:2007:AZ4763
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewezenverklaring wegens kennelijke vergissing in list en bedrog zaak
Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens list en bedrog in georganiseerd verband. Tevens zijn vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en is een maatregel opgelegd op grond van art. 36f Sr. Namens verdachte is cassatie ingesteld tegen de bewezenverklaring van feit 6, waarin werd gesteld dat verdachte zich als een ander heeft voorgedaan om de Postbank te bewegen tot het aangaan van een schuld.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk degene was die zich als die persoon heeft voorgedaan. Er is sprake van een kennelijke vergissing in de bewezenverklaring doordat de woorden "en/of zijn mededader(s)" ontbreken. Door deze misslag te herstellen, vervalt de feitelijke grondslag van het middel.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest voor zover het betrekking heeft op het onder 6 bewezenverklaarde feit, de opgelegde straf en de verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer van stukken op naam van de betreffende persoon. De zaak wordt terugverwezen voor verdere berechting in hoger beroep. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring en straf voor het onder 6 bewezenverklaarde feit en verwijst de zaak terug voor verdere berechting.