ECLI:NL:PHR:2007:AZ5445
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader wegens zwaarwegende belangen van minderjarige kinderen
In deze zaak staat het geschil tussen voormalig samenwonende ouders centraal over de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kinderen, over wie alleen de moeder het gezag uitoefent. Na het uiteengaan van partijen verbleven de kinderen bij de moeder, en werd aanvankelijk een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader de kinderen eenmaal per maand mocht zien.
De moeder verzocht later de omgangsregeling te wijzigen zodat er geen omgang meer zou plaatsvinden. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof 's-Gravenhage vernietigde deze beslissing en ontzegde de vader het omgangsrecht voor onbepaalde tijd. Het hof baseerde dit op de uitzichtloos verstoorde relatie tussen de ouders, de angst van de moeder voor de vader, haar vluchtgedrag met het gezin en het ontbreken van draagkracht voor omgang, wat de belangen van de kinderen zwaarwegend schaadt.
De vader stelde cassatie in tegen deze ontzegging, stellende dat het hof onvoldoende had onderzocht of de moeder zich had laten behandelen en of omgangsbegeleiding mogelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende had gemotiveerd dat omgang in strijd was met de zwaarwegende belangen van de kinderen en dat de angst van de moeder niet door begeleiding kon worden weggenomen. De mogelijkheid tot herziening bij gewijzigde omstandigheden blijft open. De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het cassatiemiddel moet worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontzegging van het omgangsrecht van de vader voor onbepaalde tijd wegens zwaarwegende belangen van de kinderen.