ECLI:NL:PHR:2007:AZ5687
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen
In deze zaak heeft de rechtbank Dordrecht het verzoek van verzoeker tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro b Faillissementswet, omdat verzoeker niet te goeder trouw zou hebben gehandeld bij het ontstaan van zijn schulden. De rechtbank baseerde dit oordeel onder meer op een strafrechtelijke veroordeling van verzoeker wegens faillissementsfraude, belastingfraude, bedreiging en verduistering, alsmede op civiele vonnissen waarin verzoeker werd veroordeeld tot schadevergoeding aan curatoren van failliete vennootschappen.
Verzoeker stelde in hoger beroep en cassatie onder meer dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door hem onvoldoende gelegenheid te geven te reageren op brieven van de Ontvanger van de Belastingdienst. De Hoge Raad oordeelde dat verzoeker, die werd bijgestaan door een raadsman, wel degelijk de gelegenheid had om op de inhoud van de brieven te reageren en dat het hof zijn oordeel niet uitsluitend op de betwiste brief had gebaseerd.
Daarnaast betwistte verzoeker de uitleg van het begrip "niet te goeder trouw" door het hof, dat dit begrip volgens hem onjuist als gedragsmaatstaf had gehanteerd. De Hoge Raad verwierp deze klacht en bevestigde dat het hof de juiste rechtsopvatting had gevolgd, waarbij het niet gaat om de integriteit van de schuldenaar als zodanig, maar om het gedrag jegens schuldeisers.
Gelet op de vastgestelde feiten en de rechtspraak achtte de Hoge Raad het oordeel van het hof dat verzoeker niet te goeder trouw was gehandeld niet onbegrijpelijk. Het beroep werd daarom verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bleef afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen.