ECLI:NL:PHR:2007:AZ5709
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van appeldagvaarding wegens onjuiste betekening en niet-naleving procesvoorschriften
In deze zaak heeft de Hoge Raad onderzocht of de appeldagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend. Uit onderzoek bleek dat verdachte sinds 14 november 2001 stond ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) op een bekend adres, maar de dagvaarding was uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats bekend was. Hierdoor was de betekening niet in overeenstemming met art. 588 Sv Pro, waardoor de dagvaarding nietig is.
Daarnaast ontbrak op de dagvaarding een aantekening dat deze aan de raadsman van verdachte was verzonden, wat in strijd is met art. 51 Sv Pro. De Hoge Raad benadrukt dat dit voorschrift van groot belang is en dat niet-naleving ervan een geldige behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van verdachte en diens raadsman in de weg staat.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de dagvaarding geldig was betekend en dat het hof onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de betekening en de naleving van procesvoorschriften. Daarom wordt het bestreden arrest vernietigd en de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard, waardoor verdachte opnieuw in feitelijke aanleg kan worden behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de appeldagvaarding nietig wegens onjuiste betekening en niet-naleving van procesvoorschriften.