ECLI:NL:PHR:2007:AZ5710
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt jeugddetentie hoger dan wettelijk maximum opgelegd aan minderjarige verdachte
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem verdachte veroordeeld tot achttien maanden jeugddetentie, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, voor seksueel binnendringen bij een persoon in verminderd bewustzijn. De verdachte was ten tijde van de feiten vijftien jaar en vier maanden oud. Hierdoor geldt volgens art. 77i Sr een maximumstraf van twaalf maanden jeugddetentie.
De verdediging stelde twee middelen in cassatie: overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase en het opleggen van een straf die het wettelijke maximum overschrijdt. De Hoge Raad oordeelde dat beide middelen gegrond zijn. De overschrijding van de inzendtermijn leidde tot strafvermindering en het hof had onterecht een hogere straf opgelegd dan wettelijk toegestaan.
Daarnaast had het hof aan het voorwaardelijke deel van de straf een bijzondere voorwaarde verbonden, namelijk toezicht en mogelijke behandeling door Bureau Jeugdzorg. De Hoge Raad acht het beter dat de feitenrechter opnieuw beoordeelt of toezicht of behandeling noodzakelijk is, waarbij de termijnoverschrijding in aanmerking wordt genomen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor een nieuwe beslissing over de strafmaat. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beslissing over de strafmaat.