ECLI:NL:PHR:2007:AZ5831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing derdenbeslag wegens verbeurde dwangsommen bij omgangsregeling
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de naleving van een omgangsregeling voor hun drie kinderen. De rechtbank stelde een omgangsregeling vast waarbij de vader eenmaal per maand de kinderen mag zien onder toezicht van de grootmoeder. De moeder werd veroordeeld tot nakoming van deze regeling en verbeurde dwangsommen bij niet-nakoming.
De vader legde vervolgens derdenbeslag op het loon van de moeder om de verbeurde dwangsommen te innen. De moeder vorderde opheffing van dit beslag en vermindering van de dwangsommen, stellende dat zij onvoldoende begeleiding had en dat het beslag haar financiële situatie schaadde.
Het hof bevestigde dat de moeder onvoldoende inspanningen had geleverd om de omgangsregeling na te leven, maar dat de vader ook niet altijd zorgvuldig handelde. Toch oordeelde het hof dat er geen sprake was van onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen, zodat het beslag en de dwangsommen terecht waren opgelegd.
De Hoge Raad overwoog dat de maatstaf voor onmogelijkheid inhoudt dat het onredelijk moet zijn meer inspanning te verlangen dan de veroordeelde heeft betracht. De beoordeling van het hof was voldoende gemotiveerd en niet onjuist. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het beslag en de dwangsommen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het derdenbeslag en de dwangsommen worden gehandhaafd.