ECLI:NL:PHR:2007:AZ6007
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende toetsing rechtmatigheid 14-dagen verblijfsverbod in drugsoverlastgebied
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het opzettelijk niet voldoen aan een bevel om zich gedurende veertien dagen niet in een door de burgemeester van Amsterdam aangewezen drugsoverlastgebied te bevinden. Dit bevel was gegeven op grond van artikel 2.6 A lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 1994 van Amsterdam.
De verdediging voerde onder meer aan dat het bevel niet verbindend was omdat het bestuursrechtelijke bezwaar nog niet was beslist en dat het bevel een strafrechtelijk karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM Pro, waardoor het niet aan de vereiste waarborgen voldeed. Het hof oordeelde echter dat zolang de bestuursrechter niet onherroepelijk over het bevel heeft beslist, het bevel als rechtmatig moet worden beschouwd en dat de strafrechter slechts een marginale toetsing mag doen.
De Hoge Raad stelt dat de strafrechter juist een zelfstandige en gemotiveerde toetsing moet doen van de verbindendheid van het wettelijke voorschrift en de rechtmatigheid van het bevel zolang er geen onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter is. Tevens overweegt de Hoge Raad dat het 14-dagen-verblijfsverbod vanwege het punitieve karakter en de aard van de sanctie een 'criminal charge' is in de zin van artikel 6 EVRM Pro, waardoor hogere waarborgen gelden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst het terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling waarbij de rechtmatigheid van het bevel en de toepassing van artikel 6 EVRM Pro adequaat moeten worden onderzocht. De zaak betreft een belangrijke afweging tussen bestuursrechtelijke maatregelen en strafrechtelijke waarborgen bij openbare ordemaatregelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling van de rechtmatigheid van het verblijfsverbod en toepassing van artikel 6 EVRM.