ECLI:NL:PHR:2007:AZ6013
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring opzet geweld bij poging diefstal met geweld
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens poging tot diefstal met geweld tegen een politieagent, gepleegd met het oogmerk om aan arrestatie te ontkomen. Het hof stelde dat verdachte opzettelijk met volle vaart tegen de agent was aangerend en daarmee het opzet op het uitoefenen van geweld had aanvaard.
Verdachte voerde aan dat de botsing onvermijdelijk was omdat de agent plotseling voor hem sprong in een smalle doorgang, waardoor hij niet kon stoppen of uitwijken. Hij ontkende opzet en stelde dat hij niet de intentie had om de agent te verwonden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ondanks de door verdachte aangevoerde en door het hof vastgestelde feiten toch tot de conclusie kwam dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het uitoefenen van geweld heeft aanvaard. De verklaring van verdachte dat de botsing onvermijdelijk was en dat hij niet kon kiezen om het geweld te vermijden, is onvoldoende weerlegd.
Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling. Tevens merkt de Hoge Raad op dat het hof geen beslissing heeft genomen over de inbeslaggenomen goederen, hetgeen alsnog kan worden gedaan na terug- of verwijzing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.