ECLI:NL:PHR:2007:AZ6218
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid voor belastingschulden wegens niet tijdig gemelde betalingsonmacht
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van de bestuurder van Free-Lance Sprinter B.V. centraal vanwege het niet tijdig melden van betalingsonmacht voor naheffingsaanslagen loonbelasting over 1997 en 1998. De vennootschap had fouten gemaakt in de loonbelastingaangiften, wat leidde tot naheffingsaanslagen en boetes. De melding van betalingsonmacht door Sprinter op 15 november 1999 werd door het hof als niet tijdig en dus niet rechtsgeldig beoordeeld, waardoor de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld.
De Hoge Raad bespreekt de meldingsregeling van art. 36 Invorderingswet Pro 1990 en de verplichtingen van de ontvanger van belastingen, waaronder de informatieplicht jegens de bestuurder. Het hof oordeelde dat de ontvanger niet tijdig heeft medegedeeld dat de melding niet rechtsgeldig was, maar dat dit niet leidt tot rechtsgeldigheid van de melding. De bestuurder had onvoldoende feiten gesteld om tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden van onbehoorlijk bestuur.
Verder is geoordeeld dat de aansprakelijkstelling binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro, en dat de bestuurder een zelfstandig beroep op dit artikel toekomt. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover het het beroep op art. 6 EVRM Pro afwijst en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de aansprakelijkstelling binnen redelijke termijn is geschied.
Uitkomst: De bestuurder wordt hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor belastingschulden wegens niet tijdig gemelde betalingsonmacht; de aansprakelijkstelling is binnen redelijke termijn geschied.