ECLI:NL:PHR:2007:AZ6222
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen grootouders en kleinkinderen in het familierecht
Deze zaak betreft een geschil over de vaststelling van een omgangsregeling tussen grootouders aan vaderszijde en hun kleinkinderen. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, verzette zich tegen het verzoek van de grootouders. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van 'family life' tussen de grootouders en het oudste kind, maar niet met het jongste kind, en kende de omgangsregeling alleen toe voor het oudste kind.
Het hof stelde in hoger beroep ook voor het jongste kind een omgangsregeling vast, mede gebaseerd op prenatale contacten en het belang van het kind bij omgang met naaste familie. De moeder stelde cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de beoordeling van het hof, hoewel uitzonderlijk vanwege de geringe feitelijke onderbouwing, niet onrechtmatig was en binnen de beoordelingsruimte viel.
De Hoge Raad benadrukte het belang van omgang tussen kinderen en hun naaste familie, ook in conflictueuze situaties, en dat het streven van grootouders om een band met het kind te onderhouden zwaar kan wegen. De klachten van de moeder werden afgewezen, waarbij ook werd opgemerkt dat de bezwaren van de moeder onvoldoende zwaarwegend waren om omgang te weigeren. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de omgangsregeling tussen grootouders en kleinkinderen.