ECLI:NL:PHR:2007:AZ6526
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij val van dak tijdens asbestverwijdering zonder valbescherming
De zaak betreft een arbeidsongeval op 1 maart 2000 waarbij een werknemer tijdens het verwijderen van asbestplaten van een dak viel en blijvend letsel opliep. De werknemer vorderde op grond van artikel 7:658 BW Pro vergoeding van schade wegens tekortschieten van de werkgever in diens zorgplicht.
De werkgever had de verantwoordelijkheid voor de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, waaronder het besluit om geen gebruik te maken van vangnetten of veiligheidslijnen. Het hof oordeelde dat de werkgever tekort was geschoten door het niet voorschrijven van valbeschermingsmaatregelen, omdat het verwijderen van platen ook van buitenaf plaatsvond en het betreden van het dak niet was uitgesloten.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de klachten van de werkgever dat de zorgplicht te ver was uitgelegd, dat de werknemer eigen schuld had, en dat het verbod om zonder complete rolsteiger te werken voldoende was. De Hoge Raad benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor veiligheid nadrukkelijk bij de werkgever ligt en dat eigen schuld van de werknemer alleen leidt tot ontslag van aansprakelijkheid bij opzet of bewuste roekeloosheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen en haar aansprakelijkheid voor het arbeidsongeval wordt bevestigd.