ECLI:NL:PHR:2007:AZ6644
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een totale schuldenlast van ongeveer €43.450, waarvan een groot deel aan de CMV Bank.
De rechtbank wees het verzoek af omdat verzoeker de schulden zeer lichtvaardig was aangegaan en niet te goeder trouw was. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat derden van hem hadden geprofiteerd en dat hij de leningen niet voor zichzelf had aangegaan.
In cassatie richt verzoeker zich tegen het oordeel dat hij niet te goeder trouw was, met het argument dat hij de schulden weliswaar heeft aangegaan, maar dat de feitelijke schuldenaren derden waren en dat dit in goed vertrouwen is gebeurd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof als feitenrechter een eigen beoordeling heeft gemaakt die in cassatie niet kan worden herzien. Bovendien blijft het oordeel van het hof overeind dat verzoeker, zelfs als derden van hem profiteerden, de schulden niet te goeder trouw is aangegaan vanwege de omvang en lichtvaardigheid.
Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering in stand.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.