ECLI:NL:PHR:2007:AZ6648
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden
Echtelieden hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 2 Fw Pro. De rechtbank wees het verzoek af omdat zij oordeelde dat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de echtelieden gedurende ruim tien jaar forse schulden maakten zonder rekening te houden met aflossingsverplichtingen, met consumptieve uitgaven die niet in overeenstemming waren met hun inkomen.
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen dit oordeel. De echtelieden voerden aan dat zij in de overtuiging verkeerden de schulden te kunnen aflossen en dat zij door crediteuren in die waan waren gebracht. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had meegewogen dat sprake was van structurele verwijtbare overbesteding en dat de echtelieden rekenschap hadden moeten geven van hun financiële verplichtingen.
De Hoge Raad verwierp de klachten en bevestigde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was en dat het hof zijn beslissing voldoende had gemotiveerd. Het beroep werd verworpen en het verzoek tot schuldsanering bleef afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.