ECLI:NL:PHR:2007:AZ6667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij illegale prostitutie en arbeid
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch de verzoeker verplicht tot betaling van €286.724,70 als maatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit voordeel is berekend op basis van salaris en huurinkomsten uit een bordeel dat illegale prostitutie faciliteerde en waarbij verzoeker feitelijke leiding had.
Verzoeker stelde onder meer dat het hof ten onrechte de misdrijven als gepleegd door een rechtspersoon beschouwde en dat het voordeel een legale herkomst had. Het hof oordeelde echter dat verzoeker met de rechtspersoon kan worden vereenzelvigd omdat hij de strafbare feiten volledig in de hand had en het voordeel persoonlijk genoot.
Daarnaast werd bezwaar gemaakt tegen het extrapoleren van feiten vanaf 1996 en tegen het niet verrekenen van een in de strafzaak opgelegde afroomboete. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde de berekening van het voordeel en oordeelde dat de boete niet in mindering behoefde te worden gebracht op de ontnemingsmaatregel.
Een aanvullend schriftelijk commentaar van de raadsman werd niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €286.724,70 wordt bevestigd.