ECLI:NL:PHR:2007:AZ7084
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping psychische overmacht bij doodslag na dissociatieve stoornis
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en TBS wegens doodslag op zijn ex-vriendin. Hij voerde primair gebrek aan opzet en subsidiair psychische overmacht aan, gebaseerd op een dissociatieve stoornis. Het hof oordeelde echter dat deze stoornis niet aannemelijk was geworden en dat het beroep op psychische overmacht daarom werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en verduidelijkte dat het hof met de term "niet gebleken" heeft bedoeld dat het feitelijke substraat van het verweer niet onaannemelijk was, maar dat het niet voldeed aan de vereiste van een van buiten komende drang zoals vereist voor psychische overmacht. Ook werd het onderscheid tussen verminderde en sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid besproken, waarbij het hof het oordeel van deskundigen overnam dat het feit verdachte slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.
De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie, waaronder de klacht dat het hof een te hoge maatstaf hanteerde en dat het onvoldoende gemotiveerd zou hebben afgeweken van het standpunt van de verdediging. De uitspraak bevestigt dat psychische overmacht een externe dwang vereist en dat een dissociatieve stoornis zonder een dergelijke externe factor onvoldoende is om het verweer te honoreren.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf en TBS, verwerpt psychische overmacht.