ECLI:NL:PHR:2007:AZ8168
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt doorbetaling 10%-compensatie bij uitbesteden infrastructureel werk
In deze civiele zaak staat centraal of de grote bouwcombinatie verplicht is een compensatie van 10% van het minderwerkbedrag door te betalen aan de kleine combinatie, nadat het infrastructurele deel van het werk via Europese aanbesteding aan derden is gegund.
De feiten betreffen een vennootschapsovereenkomst tussen partijen waarbij de kleine combinatie het infrastructurele deel zou uitvoeren. Door Europese subsidie en aanbestedingsregels werd dit deel echter aan derden gegund, waarna de grote combinatie een compensatie ontving van circa f 672.337. De kleine combinatie vorderde deze compensatie doorbetaling.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde de grote combinatie tot betaling, stellende dat de belangen van de kleine combinatie door de goede trouw beschermd worden en dat het gebruikelijk is bij minderwerk een 10%-vergoeding te betalen. De grote combinatie stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bijzondere rechtsverhouding en de redelijkheid en billijkheid juist heeft toegepast, en dat de grote combinatie de compensatie aan de kleine combinatie moet doorbetalen. Klachten over onvoldoende motivering en het al dan niet in mindering brengen van bepaalde bedragen faalden, mede omdat deze feitelijke kwesties niet in cassatie kunnen worden herbeoordeeld.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof blijft staan.
Uitkomst: De grote combinatie moet de ontvangen 10%-compensatie voor het uitbestede infrastructurele werk aan de kleine combinatie doorbetalen.