ECLI:NL:PHR:2007:AZ9075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of verpleeghuis in hoofdzaak tot woning dient voor onroerendezaakbelasting
In deze zaak staat centraal of een verpleeghuis, bestaande uit woonunits voor geestelijk gehandicapten, in het kader van de onroerendezaakbelasting (OZB) als woning moet worden aangemerkt. De belanghebbende, Stichting X, betwist de aanslagen OZB die zijn opgelegd tegen het hogere niet-woningtarief. Zij stelt dat het verpleeghuis in hoofdzaak tot woning dient omdat nagenoeg de gehele waarde toe te rekenen is aan woondoeleinden.
Het gerechtshof Leeuwarden oordeelde dat het verpleeghuis een combinatie is van wonen en verpleging, waarbij verpleging de hoofdfunctie vormt. Hierdoor kan niet worden gesproken van delen die tot woning dienen of volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden, zodat het object als niet-woning moet worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het begrip woning in de OZB wordt bepaald aan de hand van de feitelijke aanwending en de waardeverdeling binnen het object.
De zaak bevat een uitgebreide analyse van het begrip 'in hoofdzaak tot woning dienen' in de Gemeentewet en Wet WOZ, waarbij een object als woning wordt aangemerkt indien ten minste 70% van de WOZ-waarde kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning of volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Verpleeghuizen waarbij de zorgfunctie overheerst, vallen niet onder deze definitie. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het hogere tarief voor niet-woningen terecht is toegepast.
Uitkomst: Het verpleeghuis wordt niet als woning aangemerkt en het hogere niet-woningtarief voor de OZB is terecht toegepast.