ECLI:NL:PHR:2007:AZ9323
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van onaflosbaar en altoosdurend erfpachtrecht tegen vaste canon uit 1741
De zaak betreft een geschil over een erfpachtrecht gevestigd in 1741 op een perceel grond nabij de Brienenoordbrug, waarbij eiseres tot cassatie en medeeisers de jaarlijkse canon van fl. 200 willen verhogen tot een marktconform bedrag of subsidiair de erfpacht willen beëindigen.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, stellende dat het erfpachtrecht altoosdurend en onaflosbaar is en dat de overgangswet het wijzigen of opheffen van reeds bestaande erfpachten beperkt. De rechtbank oordeelde dat de canon ondanks inflatie en waardeverandering niet onaanvaardbaar is en dat de erfpachter een recht heeft dat het eigendom dicht benadert.
In cassatie klaagden eiseres tot cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het begrip 'eeuwig' niet menselijk is en dat redelijkheid en billijkheid aanpassing van de canon vereisen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de wet en jurisprudentie de stabiliteit van langlopende erfpachten beschermen, waarbij wijziging of opheffing slechts mogelijk is bij onvoorziene omstandigheden na 1 januari 1992, die hier niet zijn gesteld.
De Hoge Raad benadrukte dat de overgangswet en het oude recht bepalen dat omstandigheden vóór 1992 niet tot wijziging kunnen leiden en dat het hof en rechtbank de redelijkheid en billijkheid correct hebben toegepast. De vorderingen tot canonverhoging en beëindiging van de erfpacht zijn daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de erfpacht uit 1741 onaflosbaar en altoosdurend is en wijst de vorderingen tot canonverhoging en beëindiging af.