ECLI:NL:PHR:2007:BA0386
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek gedetineerde vader na ontzetting gezag wegens dodelijk geweld
De man, die zijn vrouw op 14 januari 2002 om het leven bracht in het bijzijn van hun dochter, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar en ontzet uit het gezag over zijn dochter. De dochter woont bij pleegouders en de Stichting Bureau Jeugdzorg is benoemd tot voogd.
De man verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met zijn dochter vast te stellen, waarbij hij stelde dat geen uitzonderingsgronden voor weigering van omgang aanwezig zijn. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege zwaarwegende belangen van het kind, onder meer omdat de dochter nog niet op de hoogte is van haar vader en een ontwikkelingsachterstand heeft.
Het gerechtshof bekrachtigde deze beslissing en oordeelde dat omgang op dit moment ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de dochter. De man stelde cassatieberoep in, maar de Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het hof voldoende onderzoek had gedaan en dat het belang van het kind voorop staat, waarbij omgang in de toekomst niet is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling met de dochter wordt afgewezen vanwege zwaarwegende belangen van het kind.