ECLI:NL:PHR:2007:BA0502
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt deelneming aan criminele organisatie met oogmerk meermalen plegen misdrijven
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte deelnam aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van meerdere misdrijven, zoals bedoeld in artikel 140 Sr Pro. De Hoge Raad herhaalde dat het oogmerk niet in de tenlastelegging hoeft te worden omschreven, maar uit de bewijsmiddelen moet blijken. Het hof had vastgesteld dat het transport van cocaïne een omvangrijke en complexe operatie was, waarbij meerdere wilsbesluiten en activiteiten nodig waren om de drugs naar de volgende bestemming te brengen.
Verdachte was veroordeeld voor deelneming aan deze organisatie en het bezit van een vuurwapen. De Hoge Raad verwierp het middel dat stelde dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was omdat verdachte slechts betrokken was bij één transport. De Hoge Raad benadrukte dat het gaat om het oogmerk van de organisatie en niet om de concrete misdrijven die bewezen zijn.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad het bewijsuitsluitingsverweer van verdachte, dat was gericht op het openen van het gerechtelijk vooronderzoek en de rechtmatigheid van de opsporingshandelingen. Dit verweer werd verworpen omdat het hof daarover een gemotiveerd oordeel had gegeven en de verdediging onvoldoende concreet had gemaakt welk bewijsmateriaal onrechtmatig was verkregen.
Ook het gebruik van een verklaring van een medeverdachte als bewijs werd door de Hoge Raad toegestaan, ondanks dat deze medeverdachte uit angst niet volledig wilde verklaren. Het hof had deze verklaring slechts deels en met motivering gebruikt. De middelen van cassatie faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie met het oogmerk tot het plegen van meerdere misdrijven en het bezit van een vuurwapen.